Een goede webtekst schrijven – hyperlinks

Hyperlinks zijn als de ANWB-richtingsborden op de snelweg. Je wilt snel en betrouwbaar kunnen zien waar de afslag heen gaat. Zo wil je bij een hyperlink ook snel en betrouwbaar kunnen zien op welke pagina je terechtkomt.

Het is voor een automobilist bijzonder frustrerend als hij de verkeerde afslag neemt.
Dat zelfde geldt voor een lezer die na klikken op een hyperlink op een pagina terecht komt waar hij niet wil zijn.

Een hyperlink moet daarom duidelijk laten zien waar je heen gaat als je er op klikt.

Label

De tekst van de hyperlink wordt het label genoemd. Bijvoorbeeld in “Lees meer over mijn diensten” is het woord “diensten” het label.

Het label is als de tekst op een ANWB-richtingsbord. Het moet duidelijk aangeven waar je heen gaat.

Een voorbeeld van een onduidelijk label is:  “Klik hier voor de laatste aanbieding”.
Het is vaag en niet éénduidig: het woord “hier” zegt niets over waar de link heengaat. Je kunt dat alleen afleiden als je de hele zin hebt gelezen.

Dat kan veel beter. Vervang de zin door: “Ga naar de laatste aanbieding”.
Nu is veel duidelijker uit het label af te leiden waar je na klikken terecht komt. Zelfs als je alleen de tekst van het label zou hebben gelezen.

Plaats in de tekst

Om dezelfde reden van duidelijkheid plaats je een hyperlink niet vooraan in de alinea of de zin.
Het is op dat moment voor de lezer nog onduidelijk waar de tekst over gaat. Hij kan dan geen goede beslissing nemen of klikken wel zinvol is.

Meerdere hyperlinks

Vermijd het direkt achter elkaar plaatsen van meerdere hyperlinks. Het is dan moeilijk te bepalen waar de ene hyperlink eindigt en de andere begint.
Verwijzen ze naar de zelfde pagina, maak er dan één hyperlink van. Anders kun je er ook voor kiezen ze in een lijst te zetten.

Wees sowieso spaarzaam met het gebruik van hyperlinks.
Een goede vuistregel is om in een langere tekst één hyperlink per alinea te plaatsen. Tenzij het om een opsomming gaat.

Tot slot

Het allerbelangrijkste is om altijd voor ogen te houden dat je niet voor jezelf maar voor je lezer schrijft.
Gebruik geen moeilijke vaktermen, tenzij je voor vakgenoten schrijft. Schrijf je voor een publiek met een academische achtergrond, dan mogen de zinnen best wat langer zijn. Schrijf je voor een breed publiek, houdt het dan voor de zekerheid simpel.

Veel schrijfplezier.

Bronnen

Een goede webtekst schrijven – pagina en paragrafen

Belangrijkste informatie eerst

Pagina

Zorg dat de belangrijkste informatie (de kern van het verhaal) bovenaan de webpagina staat.

Vaak zal een deel van de webpagina niet zichtbaar zijn omdat het scherm te klein is. Het niet zichtbare deel bevindt zich aan de onderkant, buiten beeld.

Daarom moet de belangrijkste informatie bovenaan staan.
Als dit deel van de pagina maar interessant genoeg is zal de lezer voldoende gemotiveerd zijn om ook de rest te bekijken.

Paragrafen en zinnen

De belangrijkste informatie staat vooraan de paragraaf of zin.

Doe je dat niet dan heb je kans dat de lezer afhaakt voordat hij het eind van de zin of de paragraaf heeft bereikt.

Hij mist dan de kernboodschap.

Lees verder:

Een goede webtekst schrijven – hyperlinks

Een goede webtekst schrijven – structuur

Het is belangrijk de lezer te helpen bij het lezen. Dat doe je door de geboden informatie zo gestructureerd mogelijk aan te bieden. Laat je dat na, dan kan de lezer makkelijk de draad kwijt raken.

Structuur bereik je door in de tekst gebruik te maken van zogenaamde tekststructuurelementen. Ik zet ze hier op een rijtje:

  • titel en subtitels
  • paragrafen
  • witregels
  • opsommingstekens
  • plaatjes

Tekststructuurelementen geven de lezer houvast. Ze leiden het oog als het ware van het ene belangrijke punt op de pagina naar het andere.

Titel en paragraaftitels

Elke webtekst heeft op zijn minst een titel. Deze staat aan het begin van de tekst.
Is de rest van de tekst uit paragrafen opgebouwd dan worden deze ingeleid door paragraaftitels.
Titel en paragraaftitels zijn belangrijk omdat ze samen in kort bestek de grote lijn van de tekst weergeven.

Voor titels gelden de volgende richtlijnen:

  • de titel geeft de kern van de tekst als geheel weer
  • de paragraaftitels gaan meer in op details
  • ze vormen samen een hiërarchisch gerangschikte piramidestructuur

Verder geldt:

  • maak een titel niet langer dan één regel
  • gebruik geen punten en komma´s
  • de paragraaftitels bevatten twee of drie woorden
  • de hoofdtitel mag langer zijn dan de paragraaftitels

Paragrafen en witregels

Om paragrafen prettig te kunnen lezen moeten ze kort zijn. Scheidt ze door een witregel. Zorg dat de kern van de boodschap aan het begin van de paragraaf staat.

Behandel in elke paragraaf één enkel afgerond thema. Vermijdt verwijzingen naar andere paragrafen.
Dit maakt het lezen lastiger: de lezer moet dan bijvoorbeeld gaan scrollen.

 

Opsommingstekens

Informatie die opgesomd kan worden moet je niet achter elkaar in een lange zin zetten. Zet het in een lijst.
Dit is voor de lezer duidelijker en prettiger, want het vergemakkelijkt het lezen. De lezer weet dat hij in zo´n lijst veel informatie beknopt terug kan vinden.

Afbeeldingen

Ook afbeeldingen helpen de lezer de informatie te structureren.
Ten eerste kunnen ze de tekst verduidelijken. En ten tweede vormen ze een prettige visuele onderbreking van de tekst.

Als de site veel op smartphones wordt bekeken, beperk dan het aantal afbeeldingen. Zorg er ook voor dat ze klein in omvang blijven.

Lees verder: